Sparen

Gemiddeld vermogen per leeftijd in Nederland

Het gemiddeld vermogen per leeftijd verschilt sterk. Bij huishoudens met een referentiepersoon jonger dan 25 jaar was het gemiddelde in 2023 € 23.300. Voor de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar was dat € 94.600. Het gaat om totaal vermogen, dus niet alleen om spaargeld.

Deze gemiddelden vallen hoger uit door huishoudens met veel vermogen. Het mediane vermogen geeft daarom vaak een beter beeld van wat gebruikelijk is binnen een leeftijdsgroep.

Gemiddeld vermogen per leeftijd volgens CBS-cijfers

De onderstaande bedragen gaan over het nettovermogen van huishoudens in 2023. Dat is de waarde van de bezittingen min de schulden. De leeftijd is die van de referentiepersoon van het huishouden.

Leeftijd Gemiddeld vermogen Mediaan vermogen
Jonger dan 25 jaar € 23.300 € 2.600
25 tot 35 jaar € 94.600 € 39.200

Bron: CBS-cijfers over 2023.

Het verschil tussen de twee leeftijdsgroepen betekent niet dat iedereen na zijn 25e snel vermogen opbouwt. Binnen elke groep zijn grote verschillen. Zo kan het vermogen van een huiseigenaar stijgen door overwaarde, terwijl dat geld niet op een spaarrekening staat.

Waarom de mediaan lager is dan het gemiddelde

Het gemiddelde is het totale vermogen van alle huishoudens in een groep, gedeeld door het aantal huishoudens. Een kleine groep met een groot vermogen kan dat bedrag flink omhoogtrekken.

De mediaan is het middelste bedrag als je alle huishoudens van laag naar hoog vermogen zet. De helft heeft een lager vermogen en de andere helft een hoger vermogen. Bij de groep jonger dan 25 jaar was de mediaan in 2023 € 2.600, terwijl het gemiddelde € 23.300 was.

De ongelijke verdeling speelt ook buiten deze leeftijdsgroepen. Volgens het CBS bezat de 10 procent rijkste huishoudens begin 2023 samen 56 procent van het totale vermogen van Nederlandse huishoudens.

Hoe verandert vermogen met de leeftijd?

Jongere huishoudens hebben vaak minder tijd gehad om te sparen, een hypotheek af te lossen of op een andere manier vermogen op te bouwen. Een studieschuld kan het nettovermogen verlagen. Zijn de schulden groter dan de bezittingen, dan is het vermogen negatief.

Bij oudere leeftijdsgroepen kan een eigen woning een groter verschil maken. De woning telt mee als bezitting en de hypotheek als schuld. Het deel van de woningwaarde dat overblijft na aftrek van de hypotheek draagt bij aan het vermogen.

Een hoger vermogen op papier betekent dus niet automatisch dat iemand meer geld direct kan uitgeven. Overwaarde zit in de woning en staat niet vanzelf op de bankrekening. Ook op latere leeftijd verschilt het vermogen sterk per huishouden, bijvoorbeeld door verschillen in woningbezit en schulden.

Zo vergelijk je jouw vermogen met je leeftijdsgroep

Tel eerst je bezittingen op, zoals spaargeld, beleggingen en de waarde van een eigen woning. Trek daar je schulden vanaf, waaronder een hypotheek en een eventuele studieschuld. Het bedrag dat overblijft, kun je vergelijken met het nettovermogen in de tabel.

Let bij die vergelijking op de samenstelling van je huishouden. De cijfers gaan over huishoudens, niet over het vermogen van iedere persoon afzonderlijk. Woon je samen, dan tel je voor een vergelijking op huishoudniveau de bezittingen en schulden van jullie huishouden mee.

Gebruik vooral de mediaan als je wilt zien hoe je huishouden zich verhoudt tot het midden van jouw leeftijdsgroep. Het gemiddelde laat juist zien hoe groot het vermogen per huishouden is als ook de hoogste vermogens worden meegerekend.

Gerelateerde artikelen

Back to top button