Hoeveel spaargeld moet je hebben voor pensioen?

Hoeveel spaargeld je moet hebben voor pensioen hangt af van je uitgaven en het inkomen dat je later ontvangt. Er is geen vast bedrag dat voor iedereen past. Heb je bijvoorbeeld ongeveer € 400 per maand extra nodig, dan is voor een periode van 25 jaar ongeveer € 120.000 spaargeld nodig. Dit is een eenvoudige richtlijn, zonder rekening te houden met rente, belasting en stijgende prijzen.
Misschien heb je geen extra spaargeld nodig om je maandelijkse kosten te betalen. Dat kan als je AOW en eventuele andere pensioeninkomsten samen hoog genoeg zijn. Een buffer voor onverwachte uitgaven blijft dan wel verstandig.
Hoeveel spaargeld moet je hebben voor pensioen? Zo bereken je het
Maak eerst een schatting van je maandelijkse uitgaven na je pensioen. Trek daar je verwachte netto pensioeninkomsten van af. Het verschil is het bedrag dat je elke maand uit spaargeld moet aanvullen.
- Stap 1: Bereken hoeveel je per maand denkt uit te geven, inclusief woonlasten, boodschappen, verzekeringen en vrije tijd.
- Stap 2: Tel je verwachte netto AOW, werkgeverspensioen en eventuele andere pensioenuitkeringen bij elkaar op.
- Stap 3: Trek je inkomsten af van je uitgaven. Is er een tekort? Vermenigvuldig dat met 12 en daarna met het aantal jaren waarin je spaargeld wilt gebruiken.
- Stap 4: Tel een buffer voor onverwachte uitgaven bij het bedrag op.
Voorbeeld: je hebt ongeveer € 1.500 per maand nodig en verwacht € 1.100 netto aan AOW en pensioen. Je komt dan € 400 per maand tekort. Voor 25 jaar is dat € 400 × 12 × 25 = € 120.000. Spaargeld dat je al voor je pensioen hebt gereserveerd, kun je van dit doelbedrag aftrekken om te zien hoeveel je nog moet sparen.
Dit voorbeeld gaat ervan uit dat het tekort gelijk blijft en dat je de hele spaarpot mag opmaken. In de praktijk kunnen prijzen stijgen, ontvang je mogelijk rente en kun je belasting betalen over vermogen. Je weet ook niet vooraf hoe lang je het geld nodig hebt. Zie de uitkomst daarom als een beginpunt, niet als een garantie.
Hoe schat je je uitgaven en pensioeninkomsten?
Een veelgebruikte richtlijn is dat je na je pensioen ongeveer 70% van je eerdere inkomen nodig hebt. Maar jouw uitgaven geven een beter beeld. Misschien vervallen je reiskosten voor werk of zijn je woonlasten lager. Tegelijk kun je meer besteden aan hobby’s, reizen of zorg.
Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je hoeveel AOW en werkgeverspensioen je naar verwachting krijgt. Heb je zelf een lijfrente of een pensioenrekening afgesloten? Vraag de verwachte uitkering dan op bij de aanbieder. Vergelijk voor je berekening steeds netto inkomsten met netto uitgaven.
Extra spaargeld als je eerder met pensioen wilt
Stop je vóór je AOW-leeftijd met werken, dan moet je eerst de periode zonder AOW overbruggen. Bereken hoeveel inkomen je in die periode mist en tel dat op bij het spaargeld dat je daarna nodig hebt. Je werkgeverspensioen kun je soms eerder laten ingaan, maar de uitkering per maand wordt daardoor meestal lager.
Wil je weten hoeveel je nog opzij moet zetten? Deel het bedrag dat je nog wilt sparen door het aantal maanden tot je gewenste pensioendatum. Dat geeft een grove maandelijkse inleg, zonder rente en belasting. De rekenhulp van Wijzer in geldzaken helpt je ook om een gewenste aanvullende pensioenuitkering door te rekenen.
Werk je berekening opnieuw bij als je plannen, inkomen of woonlasten veranderen. Zo zie je of je pensioenpot nog past bij wat je later wilt uitgeven.




