Het gemiddelde vermogen van een Nederlander

Het gemiddelde vermogen van een Nederlands huishouden ligt als globale indicatie rond de €330.000. Dat is niet hetzelfde als het bedrag op een spaarrekening: ook bezittingen zoals een eigen woning en beleggingen tellen mee, terwijl schulden van het totaal afgaan.
Het gemiddelde geeft geen goed beeld van wat een doorsnee huishouden bezit. Een kleine groep met veel vermogen trekt het gemiddelde omhoog. Daarom is ook het mediane vermogen nuttig als je jezelf wilt vergelijken.
Wat telt mee bij het gemiddelde vermogen van Nederlanders?
Vermogen is de waarde van je bezittingen min je schulden. Bij cijfers over het vermogen in Nederland gaat het meestal om huishoudens. Dat kan één persoon zijn, maar ook een paar of een gezin.
Tot de bezittingen behoren onder meer geld op betaal- en spaarrekeningen, beleggingen en de waarde van een eigen woning. Daar gaan schulden vanaf, zoals de hypotheek en andere leningen. Opgebouwde pensioenrechten tellen in vermogensstatistieken meestal niet mee.
Een huishouden met een eigen woning kan dus een hoog vermogen hebben zonder veel geld op de bank te hebben. De waarde van de woning is immers niet direct beschikbaar voor dagelijkse uitgaven.
Gemiddeld en doorsnee vermogen zijn niet hetzelfde
Het gemiddelde bereken je door alle vermogens bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal huishoudens. Een paar zeer hoge vermogens kunnen die uitkomst flink verhogen.
Het CBS gebruikt ook de mediaan: het middelste vermogen als je alle huishoudens op volgorde zet. De helft heeft dan minder vermogen en de andere helft meer. Dat geeft vaak een beter beeld van een doorsnee huishouden.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld laat het verschil zien. Stel dat drie huishoudens €10.000, €20.000 en €120.000 bezitten. Hun gemiddelde vermogen is €50.000, terwijl het middelste vermogen €20.000 is. Dit voorbeeld laat alleen zien hoe de berekening werkt; het beschrijft niet de verdeling in Nederland.
Waarom vermogen tussen huishoudens verschilt
Of iemand een huis bezit, maakt vaak veel verschil. Is de woning meer waard dan de resterende hypotheek, dan telt dat verschil mee als vermogen. Een huurder heeft die woningwaarde niet, maar kan wel spaargeld of beleggingen bezitten.
Ook schulden beïnvloeden de vergelijking. Wie spaargeld heeft en tegelijk een lening, trekt die schuld af bij het berekenen van het totale vermogen. Als de schulden groter zijn dan de bezittingen, is het vermogen negatief.
Huishoudens verschillen daarnaast in samenstelling. Een bedrag voor een huishouden met twee volwassenen kun je niet zonder meer vergelijken met het vermogen van één persoon.
Zo vergelijk je je eigen vermogen met het gemiddelde
Tel eerst de waarde van je bezittingen op en trek daar je schulden vanaf. Tel de volledige waarde van een koopwoning mee en trek de resterende hypotheek af. Zo voorkom je dat je de hypotheek twee keer van de woningwaarde aftrekt.
Vergelijk de uitkomst met cijfers die dezelfde definitie gebruiken. Kijk of het bedrag over een persoon of een huishouden gaat en of het om gemiddeld of mediaan vermogen gaat. Ook de peildatum doet ertoe: woningprijzen, beleggingen en schulden kunnen veranderen.
Veelgestelde vragen
Is gemiddeld vermogen hetzelfde als gemiddeld spaargeld?
Nee. Spaargeld is één onderdeel van het vermogen. Een eigen woning en beleggingen kunnen meetellen bij het vermogen, net als schulden.
Heeft de gemiddelde Nederlander €330.000 op de bank?
Nee. De indicatie van ongeveer €330.000 gaat over het totale vermogen van een huishouden, niet over het banksaldo van één persoon.
Kun je minder dan nul euro vermogen hebben?
Ja. Dat gebeurt als je totale schulden hoger zijn dan de waarde van je bezittingen.
Gebruik het gemiddelde vooral om de verdeling van vermogen te begrijpen. Voor een vergelijking met een doorsnee huishouden is de mediaan meestal een bruikbaarder vertrekpunt.




