Gemiddeld spaargeld van een alleenstaande: hoe vergelijk je jouw saldo?

Het gemiddelde spaargeld van een alleenstaande ligt doorgaans lager dan het spaarsaldo van een meerpersoonshuishouden zonder kinderen. Ter vergelijking: volgens CBS-cijfers is het mediane spaarsaldo van alle Nederlandse huishoudens € 21.100. Dat bedrag geldt dus niet specifiek voor alleenstaanden.
De mediaan is het middelste bedrag: de helft van de huishoudens heeft minder spaargeld en de andere helft meer. Voor je eigen vergelijking is het verschil tussen alleen wonen en samenwonen belangrijk.
Gemiddeld spaargeld als alleenstaande vergelijken
Een alleenstaande kan meestal terugvallen op één inkomen. Tegelijk betaal je de huur of hypotheek, energierekening en andere woonkosten zelf. Een huishouden met twee volwassenen kan kosten delen en heeft soms ook twee inkomens. Daardoor is een vergelijking met alle huishoudens samen niet één op één toepasbaar.
Kijk bij een vergelijking ook naar de huishoudvorm. Een eenpersoonshuishouden bestaat uit iemand die alleen woont. Een alleenstaande ouder woont met een kind of kinderen en heeft andere uitgaven. Beide situaties kunnen onder het woord alleenstaand vallen, maar zijn niet hetzelfde.
Waarom het gemiddelde anders is dan de mediaan
Het gemiddelde krijg je door alle spaarbedragen bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal huishoudens. Een kleine groep met veel spaargeld kan dat gemiddelde flink omhoogtrekken. Daardoor kan het hoger liggen dan het bedrag dat veel alleenstaanden op hun rekening hebben.
De mediaan geeft een ander beeld, omdat die het middelste saldo laat zien. Toch is ook de mediaan geen streefbedrag. Een alleenstaande met een laag inkomen of hoge woonlasten kan minder ruimte hebben om te sparen dan iemand met dezelfde leeftijd en lagere lasten.
Spaargeld is niet hetzelfde als vermogen
Bij spaargeld gaat het om geld op je betaal- en spaarrekeningen. Vermogen is breder: daarbij tellen ook andere bezittingen mee, zoals beleggingen en de waarde van een eigen woning. Schulden gaan van het totale vermogen af.
Dat verschil is vooral van belang bij bedragen per leeftijd. Een hoog vermogen door overwaarde betekent niet dat iemand dat bedrag ook als spaargeld beschikbaar heeft. En wie een studieschuld heeft, kan nog steeds geld op een spaarrekening hebben staan.
Hoeveel kun je als alleenstaande opzijzetten?
Het Nibud gebruikt ongeveer 10% van je netto-inkomen als richtlijn voor sparen voor onregelmatige en onverwachte uitgaven. Dat is geen verplicht bedrag. Als je alleen woont en na je vaste lasten weinig overhoudt, kan een kleiner bedrag beter passen.
Reken voor jezelf uit wat er overblijft na je woonkosten, boodschappen en andere noodzakelijke uitgaven. Door een haalbaar bedrag automatisch naar je spaarrekening over te maken, bouw je geleidelijk een buffer op. Heb je dure schulden? Dan kan extra aflossen verstandiger zijn dan meer sparen, al blijft wat direct beschikbaar geld voor onverwachte kosten nuttig.
Vergelijk je spaarsaldo vooral met je eigen situatie: als alleenstaande draag je de woonkosten zelf en kun je voor onverwachte uitgaven niet automatisch op een tweede inkomen rekenen.




